Wat zijn Deployment Units?
Deployment Units (DU’s) zijn gestandaardiseerde en onafhankelijke blokken van functionaliteiten die afzonderlijk kunnen worden geconfigureerd, gedistribueerd en geïmplementeerd. Zo’n blok bevat alle benodigde componenten om uiteindelijk tot het juiste en gewenste resultaat van de te implementeren SmartID-functionaliteit te komen. Deployment Units kunnen daarom worden gebruikt om volledige implementaties uit te voeren of om nieuwe functionaliteiten toe te voegen in een bestaande omgeving. Dit stelt de betrokken projectleden in staat om de implementatie- en configuratiewerkzaamheden op te splitsen in kleinere, beheersbare eenheden. Hierdoor is het mogelijk om een volledige implementatie overzichtelijk te houden en meer gefocust uit te voeren.
Bovendien kunnen Deployment Units eenvoudig worden geïntegreerd en gedistribueerd, wat de algehele ontwikkelings- en implementatiesnelheid verhoogt. “Er zijn parallellen te trekken met Scrum en Agile, maar het is geen projectmanagementmethodiek. Het is een methodiek om onze implementaties te doen, die zowel past bij een PRINCE2- als Agile-aanpak”, legt Mark uit.
Vaste implementatieblokken
Zodra een klant heeft gekozen voor SmartID Authorisation Management Suite voor geautomatiseerd toegangsbeheer voor software en systemen wordt er een plan van aanpak opgesteld voor de uitrol. Het traject wordt opgedeeld in een aantal vaste implementatieblokken. Mark benadrukt dat de verdeling niet alleen is gebaseerd op de technologie, maar vooral ook op business en functionele raakvlakken. “Zo’n implementatie is niet alleen een IT-feestje, het start met oog hebben voor de mensen en de beleid- en proceskant. Wij kunnen klanten helpen met een optimale voorbereiding en begeleiding op alle vlakken.”
In totaal gaat het om elf blokken, maar niet elke klant zal die alle elf doorlopen, omdat je kunt kiezen voor de volledige suite, maar ook voor slechts enkele modules. Mark: “De meeste klanten beginnen met vijf of zes blokken. Het voordeel van onze Deployment Units-aanpak is dat je later eenvoudig nieuwe blokken kunt toevoegen op het moment dat die gewenst zijn binnen jouw organisatie.”
Twee fundamenten
Bij een SmartID-implementatie zijn er doorgaans twee fundamenten om mee te starten. Het eerste fundament is de Audit Box met daarin vier Deployment Units: Initiatie, Installatie, het uitlezen van de bronnen (doorgaans het HR-systeem en de Active Directory (AD) met daarbij soms nog een derde doelsysteem) en de eerste matching van de gegevens. “Dit is de IST-situatie. Hier zijn we alleen nog maar aan het uitlezen. We matchen de HR-gegevens met de AD-gegevens en eventueel nog met gegevens uit een ander doelsysteem, bijvoorbeeld met behulp van een HiX-koppeling.”
Alle stappen die hierboven zijn genoemd kunnen doorgaans binnen acht dagen gerealiseerd worden. Dit geeft inzicht in potentiële veiligheidsincidenten. In het tweede fundament wordt er verder gebouwd op de Audit Box en dan kom je aan bij de schrijffase. “Vanaf hier werken we aan de SOLL – de gewenste situatie.” In deze fase – ook wel Lifecycle Configuration genoemd worden de parameters in SmartID gezet, ga je schrijven in de doelsystemen, de zogenaamde Provisioining-koppelingen configureren. “Het laatste element van het tweede fundament is training, waarbij we klanten leren hoe ze SmartID moeten beheren. Wat doe je als er een fout staat in het HR-systeem of als er een account verkeerd is aangemaakt? Wie benader je hiervoor in de IAM-keten en hoe los je dit op de juiste manier gezamenlijk op?


