Geef je een AI-agent een rol?

AI-agents als een nieuw IAM vraagstuk

AI-agents worden steeds zelfstandiger. Daarmee ontstaat een nieuwe vraag voor organisaties: als een AI-agent zelfstandig handelt, welke toegang en bevoegdheden geef je hem dan?

AI-agents worden steeds zelfstandiger. Daarmee ontstaat een nieuwe vraag voor organisaties: als een AI-agent zelfstandig handelt, welke toegang en bevoegdheden geef je hem dan?

Geef je een AI-agent een rol?

AI-agents worden steeds zelfstandiger. Ze beantwoorden niet alleen vragen, maar kunnen ook taken uitvoeren, informatie ophalen, systemen benaderen en acties starten. 

Daarmee ontstaat een nieuwe vraag voor organisaties: als een AI-agent zelfstandig handelt, welke toegang en bevoegdheden geef je hem dan? 

Of anders gezegd: wat mag een AI-agent eigenlijk?

Die vraag raakt direct aan Identity & Access Management (IAM). Want ook als een AI-agent geen ''echte'' medewerker is, kan hij wel toegang nodig hebben tot dezelfde systemen en informatie. En zodra dat gebeurt, worden identiteit, autorisatie en governance relevant, net zoals een daadwerkelijke collega. 

Van digitale assistent naar digitale actor

Een traditionele AI-assistent wacht op een vraag en geeft een antwoord. Een AI-agent kan een stap verder gaan. Afhankelijk van de inrichting kan een agent een opdracht krijgen, zelf bepalen welke stappen daarvoor nodig zijn en vervolgens acties uitvoeren binnen verschillende systemen. 

Neem een AI-agent die ondersteunt bij de onboarding van nieuwe medewerkers. Om zijn taak uit te voeren, moet de agent misschien gegevens ophalen uit het HR-systeem, informatie verwerken, een ticket aanmaken voor de servicedesk of een vervolgstap initiëren in een ander systeem. 

Daarvoor heeft de agent toegang nodig. En precies daar begint een bekend vraagstuk in een nieuwe vorm. 

Bij medewerkers kijken organisaties binnen IAM al jaren naar identiteit, functie en rol, de benodigde systemen en informatie, bijbehorende rechten, eigenaarschap en het moment waarop toegang weer moet worden ingetrokken.  

Voor een AI-agent zijn diezelfde principes relevant. Het verschil is vooral dat de identiteit die handelt geen mens meer hoeft te zijn.  

 

Heeft een AI-agent een identiteit nodig?

Een AI-agent is geen medewerker. Toch kan het vanuit IAM-perspectief logisch zijn om een agent als een eigen digitale identiteit — een non-human identity — te behandelen wanneer deze zelfstandig toegang krijgt tot systemen. 

Dat maakt het mogelijk om onderscheid te maken tussen verschillende agents en hun bevoegdheden. 

Maar alleen weten welke AI-agent een actie uitvoert, is niet voldoende. Ook de context waarin de AI-agent handelt is belangrijk. Een organisatie wil bijvoorbeeld kunnen vastleggen namens wie een agent handelt, met welk doel dat gebeurt, welke bevoegdheden daarvoor beschikbaar zijn en wie verantwoordelijk is voor het gebruik daarvan.  Een AI-agent die sollicitaties helpt te verwerken heeft immers andere toegang nodig dan een AI-agent die IT-incidenten afhandelt. En een AI-agent die alleen informatie hoeft te lezen, hoeft diezelfde informatie niet automatisch te kunnen wijzigen. 

Identiteit is daarmee het begin van het vraagstuk, niet het einde. 

 

Geef je een AI-agent dan een rol? 

Binnen IAM worden rollen gebruikt om toegang beheersbaar te maken. Een medewerker krijgt op basis van bijvoorbeeld functie, afdeling of andere kenmerken bepaalde autorisaties. 

Het ligt voor de hand om te onderzoeken of we hetzelfde principe kunnen toepassen op AI-agents. 

Een permanente rol met een brede verzameling rechten is daarbij niet automatisch de beste oplossing. Een AI-agent kan juist heel taakgericht werken. De bevoegdheden die nodig zijn, kunnen afhankelijk zijn van de opdracht, de context en namens wie de agent handelt. 

Stel dat een HR-agent één onboardingproces uitvoert. Voor die specifieke taak mag hij bijvoorbeeld: 

  • bepaalde gegevens uit het HR-systeem lezen; 
  • een actie in een ander systeem initiëren; 
  • een ticket aanmaken; 
  • maar geen salarisgegevens aanpassen; 
  • en geen andere medewerkers verwerken dan degene waarop de opdracht betrekking heeft. 

De relevante vraag wordt daarmee specifieker dan alleen welke rol heeft deze agent? 

Het gaat om welke bevoegdheden een agent voor bepaalde taak, op een bepaald moment en binnen een bepaalde context nodig heeft. 

Principes als least privilege, Role Based Access Control (RBAC) en Attribute Based Access Control (ABAC) worden daarmee ook interessant voor AI-agents. 

Een rol kan bijvoorbeeld een basis vormen voor wat een agent mag doen, terwijl aanvullende kenmerken bepalen wanneer die bevoegdheden daadwerkelijk gebruikt mogen worden. Denk aan het proces dat wordt uitgevoerd, de persoon namens wie wordt gehandeld, het type gegevens of een bepaalde tijdsduur. 

Daarmee verschuift toegangsbeheer van alleen wie ben je? naar combinatie van wie of wat handelt, waarom, namens wie en binnen welke context? 


Van “wat kan AI?” naar “wat mag AI?”

Een technisch mogelijke actie hoeft niet automatisch een toegestane actie te zijn. 

Als een agent zelfstandig systemen kan benaderen, moet duidelijk zijn binnen welke grenzen hij opereert. Bijvoorbeeld welke informatie hij mag lezen, welke wijzigingen hij mag uitvoeren en wanneer menselijke goedkeuring noodzakelijk blijft. Niet iedere handeling heeft immers hetzelfde risico.  

Het uitlezen van algemene medewerkergegevens is iets anders dan het wijzigen van een salaris. Het aanmaken van een servicedeskticket is iets anders dan het zelfstandig toekennen van toegang tot gevoelige bedrijfsinformatie. 

Juist dat onderscheid maakt governance essentieel.  

 

Wie is er verantwoordelijk voor de AI-agent?

Bij een medewerker is meestal duidelijk waar verantwoordelijkheden liggen. Er is een leidinggevende, een functie, een afdeling en uiteindelijk een moment van indiensttreding, functiewijziging of uitdiensttreding. 

Bij een AI-agent is dat minder vanzelfsprekend. 

Daarom vraagt goede governance rondom AI-agents om duidelijke afspraken over eigenaarschap en bevoegdheden.  

Voor iedere agent zou bijvoorbeeld duidelijk moeten zijn wie eigenaar is, welke systemen en gegevens toegankelijk zijn en namens wie de agent mag handelen. Ook moet worden vastgesteld welke acties zelfstandig mogen worden uitgevoerd en wanneer menselijke goedkeuring noodzakelijk blijft. 

Daar stopt het niet. Bevoegdheden moeten periodiek kunnen worden gecontroleerd en waar nodig tijdelijk worden toegekend. Verandert de taak of het doel van de agent, dan moeten ook de bijbehorende rechten opnieuw worden beoordeeld. En zodra een agent niet langer wordt gebruikt, hoort zijn toegang te verdwijnen.  

Daarmee krijgt een AI-agent in feite ook een eigen lifecycle. 


Ook AI-agents hebben een lifecycle 

Binnen IAM kennen we het Joiner-Mover-Leaver-principe voor medewerkers: iemand komt binnen, verandert van functie of verantwoordelijkheid en vertrekt uiteindelijk weer. 

Voor AI-agents ontstaat mogelijk een vergelijkbaar governancevraagstuk. 

Een agent wordt aangemaakt en krijgt een doel en eigenaar. Vervolgens krijgt hij toegang tot bepaalde systemen en informatie. Zijn taken kunnen veranderen, waardoor ook zijn bevoegdheden moeten worden aangepast. En uiteindelijk wordt een agent vervangen of buiten gebruik gesteld. 

Op dat moment moeten zijn toegangsrechten ook verdwijnen. Want een vergeten account van een oud-medewerker vormt een risico. Een vergeten digitale identiteit met geautomatiseerde toegang tot meerdere systemen mogelijk net zo goed. 

De lifecycle van een AI-agent hoeft bovendien niet alleen over de agent zelf te gaan. Ook individuele bevoegdheden kunnen een eigen geldigheid hebben.  

Een agent kan bijvoorbeeld permanent bestaan, terwijl bepaalde toegang alleen beschikbaar is tijdens een specifieke opdracht. Daarmee wordt tijdelijke en contextafhankelijke toegang interessant: niet alle rechten hoeven gedurende de volledige levensduur van de agent actief te blijven.  


Controle vraagt ook om inzicht

Naast het toekennen van rechten wordt daarom inzicht belangrijk. Wanneer een AI-agent een actie uitvoert, wil een organisatie achteraf kunnen reconstrueren wat er is gebeurd. 

Daarbij gaat het niet alleen om welke agent de actie uitvoerde, maar ook namens wie dat gebeurde, welke bevoegdheid werd gebruikt, wat de opdracht was en welke systemen zijn benaderd.  Juist wanneer agents steeds zelfstandiger worden, wordt die herleidbaarheid belangrijk. 

Governance gaat daarom niet alleen over het vooraf beperken van toegang. Het gaat ook over het achteraf kunnen controleren en verantwoorden van acties. Dat maakt logging en monitoring een essentieel onderdeel van het toegangsmodel. Niet alleen vastleggen dat een agent ergens toegang toe had, maar ook inzichtelijk maken hoe die toegang daadwerkelijk is gebruikt. 

Identity, Compliance en Access komen samen 

AI-agents laten goed zien waarom identiteit, compliance en toegang niet los van elkaar kunnen worden bekeken. 

Identity: welke agent handelt en namens wie? 

Compliance: binnen welke regels, voorwaarden en verantwoordelijkheden mag hij dat doen? 

Access: tot welke systemen, gegevens en handelingen krijgt hij daadwerkelijk toegang? 

De technologie verandert. De onderliggende principes blijven opvallend herkenbaar. 

Een digitale actor moet herkenbaar zijn, de toegang moet passen bij het doel, de bevoegdheden zijn begrensd, eigenaarschap is duidelijk en acties moeten controleerbaar blijven.  

Daarmee verandert AI misschien vooral wie, of wat we binnen IAM moeten beheren. Niet waarom we dat doen.  


Van AI-experiment naar beheersbare toegang

AI-agents zullen steeds vaker onderdeel worden van bedrijfsprocessen. Daarmee verschuift de discussie langzaam van wat technisch mogelijk is naar wat organisatorisch verantwoord is. En juist daar wordt IAM relevant. Niet om innovatie tegen te houden, maar om duidelijke grenzen te creëren waarbinnen organisaties AI verantwoord autonomie kunnen geven. 

Wat mag deze AI-agent en hoe zorgen we dat we daar controle over houden? 

Hoe kijkt jouw organisatie naar de positie van AI-agents binnen IAM? Moet een agent een eigen digitale identiteit krijgen? Organiseer je toegang vanuit een vaste rol, vanuit de taak die de agent uitvoert of vanuit de persoon namens wie de agent handelt? 

We zijn benieuwd hoe jullie dit vraagstuk aanpakken. Ga hierover met ons in gesprek en ontdek hoe wij hiernaar kijken. Neem contact op via sales@oribi.nl

 

Bouwpas is vanaf nu Oribi WorkpassID.

Je bent hier goed

Misschien zocht je naar Bouwpas. Dan kunnen we je geruststellen. De oplossing die je zoekt bestaat nog steeds, sterker nog, ze maken nu deel uit van iets groters. Welkom bij Oribi. Hét platform voor Identity, Compliance en Access.

Waar vind je wat?

👉 Zocht je Bouwpas? Bekijk Over Oribi WorkpassID voor meer uitleg.

👉 Inloggen op de applicatie? Ga naar Applicatie Oribi WorkpassID.

👉 Of bekijk de hele Oribi Suite via www.oribi.nl.

Alles is nu gebundeld in één omgeving. Vertrouwd in de basis, vernieuwd in vorm.

Lees meer